Past het bij je?
Of je nu als praktisch pedagogische thuishulp (PPT) of als praktisch pedagogische gezinsbegeleider (PPG) aan de slag gaat: in beide gevallen moet je het leuk vinden om met kinderen en jongeren met beperkingen (gehandicapten) om te gaan. Én met hun ouders natuurlijk.
Bovendien moet je goed zelfstandig kunnen werken, omdat je in principe alleen in het gezin werkt. Daarnaast overleg je ook vaak met andere hulpverleners. Je moet dus ook goed in een team kunnen functioneren.
Praktisch pedagogische thuishulp
Als PPT is het het belangrijkste dat je van aanpakken houd. Je draait je hand niet om voor huishoudelijke taken in soms drukke gezinnen.
Praktisch Pedagogische gezinsbegeleider
Word je PPG, dan moet je het vooral leuk te vinden zowel ouders als kind te helpen bij de opvoeding. Daarbij denk je in oplossingen: tenslotte zijn er problemen die aangepakt moeten worden. Aangezien je met de ouders moet samenwerken zijn goede communicatieve vaardigheden, maar ook inlevingsvermogen en overtuigingskracht onmisbaar.
Kortom, wat je nodig hebt is:
- interesse in kinderen met beperkingen of een achterstand
- zelfstandigheid
- goed kunnen samenwerken
- communicatieve vaardigheden
- overtuigingskracht
- inlevingsvermogen
- observatievermogen
ChoozGuides
Wat maakt dat beroep zo leuk? Of hoe kun je die opleiding het beste omschrijven: praktijkgericht, makkelijk of juist pittig?
Met deze vragen helpen onze voorlichters, de ChoozGuides, je graag verder! Kijk eens op hun profiel en lees hun blog. En wil je meer weten? Stel gerust al je vragen.

