Wat ga je doen?
Als kinderarts werk je met patiënten die in leeftijd variëren van nul tot achttien jaar. Binnen de kindergeneeskunde kun je je in alle mogelijke richtingen verder specialiseren. Zo kun je bijvoorbeeld kinderarts-nefroloog (nierarts), kinderarts voor reumatische ziekten of neonatoloog (arts van pasgeborenen) worden. Maar je hoeft je niet verder te specialiseren, je kunt ook algemeen kinderarts worden.
In dat geval onderzoek en behandel je kinderen op de polikliniek en kinderen die zwaarder ziek zijn en op de kinderafdeling zijn opgenomen. Ook kun je kinderen met een specifieke aandoening zo nodig doorverwijzen naar een subspecialist. Een kind met een hartafwijking verwijs je bijvoorbeeld door naar de kindercardioloog, een kind met nierproblemen naar de kindernefroloog.
Bij veertig tot vijftig procent van de kinderen die in het ziekenhuis worden opgenomen, gaat het om een acuut geval. Als kinderarts werk je daarom ook vaak buiten de normale werktijden, dus ook ‘s avonds en ‘s nachts.
Als kinderarts heb je veel direct contact met je patiënten, maar vooral ook met de ouders. Kinderen zijn vaak niet in staat hun klachten precies onder woorden te brengen. Daar moeten de ouders dan bij helpen. Soms moeten moeilijke keuzes gemaakt worden, bijvoorbeeld over het wel of niet uitvoeren van een erg pijnlijk of risicovol onderzoek. Dan moet je ook kunnen afwegen welk gewicht je eigen meningen en welk gewicht het woord van de ouder in de schaal legt. Het feit dat je niet alleen met de patiënt te maken hebt, maar ook intensief bij de ouders betrokken bent, is dus een interessant aspect van je vak.
ChoozGuides
Wat maakt dat beroep zo leuk? Of hoe kun je die opleiding het beste omschrijven: praktijkgericht, makkelijk of juist pittig?
Met deze vragen helpen onze voorlichters, de ChoozGuides, je graag verder! Kijk eens op hun profiel en lees hun blog. En wil je meer weten? Stel gerust al je vragen.

