Wat ga je doen?

Als orthopedisch instrumentmaker maak je voor patiënten prothesen, bijvoorbeeld een kunstarm, -hand of -been. Je maakt ook orthesen: dat zijn hulpmiddelen die lichaamsdelen zoals een arm, knie of been ondersteunen of corrigeren.

Om te zien welke pro- of orthese je precies moet maken, overleg je eerst met de specialist en met de patiënt zelf. Daarna neem je bij de patiënt de maten op en maak je een eerste afdruk in gips. Je bekijkt of de prothese- of ortheseafdruk goed past en nergens knelt.

Vervolgens maak je met een mal het definitieve hulpmiddel van leer, hout, aluminium of kunststof. Dat is afhankelijk van de medische indicatie, de wensen van de patiënt en eventueel zijn gevoeligheid voor bepaalde materialen.

Een pro- of orthese krijg je ook wel in ruwe vorm aangeleverd. Je controleert of deze ruwe vorm goed past en je werkt hem zonodig bij met schuurmachines of slijp-apparatuur. Als de patiënt de pro- of orthese enige tijd in gebruik heeft, controleer je of hij nog steeds goed past en of de patiënt er goed mee overweg kan. Zijn er problemen, dan werk je de pro- of orthese nogmaals bij.

Je werkt zelfstandig, maar overlegt wel vaak met de patiënt en met specialisten, bijvoorbeeld met een orthopedisch chirurg en een revalidatiearts en met collega's.

ChoozGuides

Wat maakt dat beroep zo leuk? Of hoe kun je die opleiding het beste omschrijven: praktijkgericht, makkelijk of juist pittig?

 

Met deze vragen helpen onze voorlichters, de ChoozGuides, je graag verder! Kijk eens op hun profiel en lees hun blog. En wil je meer weten? Stel gerust al je vragen.

 
 

Reacties


Aanvullingen, suggesties of wil je gewoon even vertellen hoe leuk dit beroep of deze opleiding is? Laat hier je reactie achter!