Past het bij je?
Als psychomotorisch therapeut bedenk je voor groepen of individuele patiënten oefenvormen die passen bij hun problematiek. Je moet hiervoor goed kunnen observeren en luisteren.
Ook moet je kunnen omgaan met moeilijk gedrag van mensen, want tenslotte hebben ze psychiatrische problemen. Je moet bovendien creatief en inventief op situaties kunnen inspelen. Je bent in staat cliënten te stimuleren, zodat ze het leuk vinden om jouw oefeningen uit te voeren en er het nut van inzien. Daarvoor moet je goed kunnen uitleggen wat ze precies bij een bepaalde oefening moeten doen en waarom ze dat zo moeten doen.
Het is belangrijk dat je als psychomotorisch therapeut zelfstandig kunt werken en dat je jezelf goed kent. Je moet bijvoorbeeld weten welk gedrag van mensen jou boos maakt, zodat je ermee kunt omgaan als je in zo’n situatie terecht komt.
Kortom, wat je nodig hebt is:
- zelfstandigheid
- goede omgang met mensen
- creativiteit en inventiviteit
- beweeglijkheid
ChoozGuides
Wat maakt dat beroep zo leuk? Of hoe kun je die opleiding het beste omschrijven: praktijkgericht, makkelijk of juist pittig?
Met deze vragen helpen onze voorlichters, de ChoozGuides, je graag verder! Kijk eens op hun profiel en lees hun blog. En wil je meer weten? Stel gerust al je vragen.

