Verzorgingshuizen

In een verzorgingshuis kunnen mensen voor langere tijd wonen, vaak tot hun dood. De ouderen die naar een verzorgingshuis gaan, zijn ouder dan 65 jaar. Ze zijn niet meer in staat zelfstandig te wonen. Daarentegen is hun zorgbehoefte ook weer niet zó zwaar, dat ze naar een verpleeghuis moeten.

Combinatie van zorg
Mensen die gebruikmaken van verzorgingshuiszorg wonen meestal in een verzorgingshuis, in een appartement van de zorgorganisatie, in een aanleunwoning, in een ‘geclusterde' woning of in een andere thuissituatie. In Nederland zijn ongeveer 1.350 verzorgingshuizen. Daar krijgen ouderen een combinatie van huishoudelijke en persoonlijke zorg en recreatie aangeboden. Het verzorgingshuis zorgt ook voor de maaltijden. En kan dag- en nachtopvang verzorgen voor niet-bewoners.

Als verzorgende of verpleegkundige in een verzorgingshuis biedt je verzorging, verpleging en/of begeleiding. Cliënten kunnen daar 24 uur per dag een beroep op doen. Medische zorg wordt geleverd door de huisarts. Als dat nodig is, schakelt hij andere deskundigen in.

Intensieve zorg
Als bewoners dat nodig hebben, wordt de zorg intensiever. Steeds meer verzorgingshuizen bieden verpleegkundige hulp, vaak in samenwerking met een verpleeghuis. Deze zorg varieert van lichte en intensieve zorg tot stervensbegeleiding. De bewoners zijn er bovendien van verzekerd dat er in noodgevallen direct een arts of verpleegkundige aanwezig is.

Wijkfunctie
Verzorgingshuizen kunnen een wijkfunctie vervullen door maaltijdverstrekking aan huis, een alarmeringsdienst die dag en nacht bereikbaar is of lichamelijke verzorging voor nog zelfstandig wonende ouderen.

Aanleunwoningen of serviceflats zijn zelfstandige woningen voor ouderen die alleen willen wonen, maar wel zorg krijgen vanuit het verzorgingshuis en daar ook als bewoner ingeschreven staan.