Beroep Apothekersassistent

Wat ga je doen in dit beroep?

Je geeft cliënten zowel mondeling als schriftelijk uitleg over bijvoorbeeld de werking van het geneesmiddel, de bewaarmethode, bijwerkingen en de manier waarop het gebruikt moet worden. Omdat je geneesmiddelen meegeeft en er uitleg over geeft, heb je in je beroep veel met cliënten en hun familie te maken. Je adviseert hen over zelfzorg en helpt hen aan de balie.

Daarnaast heb je veel contacten binnen en buiten de apotheek. Bijvoorbeeld met een teamleider, bezorger, huisarts, tandarts, thuiszorgmedewerker, zorgverzekeraar of leverancier.

Omdat jouw werk van groot belang is voor de gezondheid van de cliënt, controleer je het werk van de andere apothekersassistenten en controleren zij jouw werk ook. Zo kun je garanderen dat je goede en foutloze zorg verleent. Je werkt dus zelfstandig en in teamverband.

Soms hoort ook het bereiden van geneesmiddelen bij je werkzaamheden. Je maakt bijvoorbeeld capsules, zetpillen, poeders, een crème, zalf of drankje. Als je geneesmiddelen klaarmaakt, weeg en meet je met uiterst nauwkeurige apparatuur. Bereidingen vinden vooral plaats in de ziekenhuisapotheken en de speciale bereidingsapotheken.

Andere taken die bij je beroep horen, zijn onder andere het beheren van de geneesmiddelenvoorraad en het bijhouden van de administratie met behulp van geavanceerde computersystemen.