Beroep Klinisch chemicus

Wat ga je doen in dit beroep?

Voordat een arts zijn behandelmethode vaststelt, moet hij eerst weten met welke ziekte hij te maken heeft. Als klinisch chemicus probeer jij hierover uitsluitsel te geven door op verzoek van de arts lichaamsstoffen van patiënten te onderzoeken. Hiervoor maak je gebruik van verschillende apparaten en instrumenten. Je onderzoekt meestal bloed, maar soms ook urine en ruggenmergsvocht.

Het praktische onderzoekswerk, zoals het manipuleren met buisjes en apparatuur, verricht je als klinisch chemicus niet zelf. Dit wordt uitgevoerd door de laboratoriummedewerkers, waaraan jij leiding geeft. Je geeft hen soms specifieke, maar meestal algemene aanwijzingen en legt alles in protocollen vast. Je zorgt er dus voor dat alles binnen het laboratorium goed functioneert.

Als eindverantwoordelijke let jij erop of er afwijkingen in uitslagen gevonden worden. Aan de hand van de onderzoeksgegevens en kennis van biochemische processen stel je een rapport op waaruit blijkt welke afwijkingen gevonden zijn. De arts die het onderzoek heeft aangevraagd gebruikt deze bevindingen voor het vaststellen of bijstellen van de behandelmethode.

Vaak werk je met meerdere klinische chemici in een instelling. Met hen maak je afspraken over aandachtsgebieden, zodat je je kunt bezighouden met onderdelen uit je vakgebied. Als je bovendien hoofd van het laboratorium bent, besteed je veel tijd aan zorg voor het personeel, planning, organisatie en aanschaf en onderhoud van apparatuur en andere middelen. Hiervoor houd je ook de financiën in de gaten.