Beroep Logopedist

Wat ga je doen in dit beroep?

Logopedie richt zich op verschillende behandelgebieden: taal, stem, spraak, gehoor en de slikfunctie. Als logopedist onderzoek en behandel je mensen met (een van) deze stoornissen op het gebied van communicatie. Denk aan mensen die stotteren en kinderen die slecht horen en daardoor onduidelijk praten. Of mensen die na een hersenbloeding niet meer goed kunnen spreken of slikken en daardoor niet meer veilig kunnen eten en drinken. Maar ook mensen die voor hun werk veel moeten spreken, zoals nieuwslezers, acteurs en leerkrachten. Goed communiceren is natuurlijk een middel om contact te maken en informatie uit te wisselen.

Logopedisten zijn ook betrokken bij patiënten met een verstandelijke handicap of met een aan autisme verwante stoornis. Of ze werken met patiënten met een aangeboren doofheid.

Een cliënt die je voor het eerst ziet, onderzoek je om vast te stellen welke stoornis hij heeft en waardoor die veroorzaakt wordt. Op basis van de onderzoeks- en testresultaten maak je een behandelingsplan dat je met de cliënt of diens ouders of verzorgers bespreekt. Bij kinderen en oudere patiënten heb je veel contact met de familieleden. Je licht hun bijvoorbeeld in over de aard van de stoornis.

Een of meer keren per week ga je met de cliënt aan de slag. Mensen met een hoorstoornis laat je zien welke bewegingen ze moeten maken om een klank of woord goed uit te spreken. Cliënten die stotteren leer je spreektechnieken en je houdt rekening met psychologische achtergronden. Mensen die beter willen presenteren leer je een betere houding, ademhaling en een goed stemgeluid aan. Vaak geef je instructies mee, zodat je cliënt ook thuis verder kan oefenen.

Daarnaast kun je ook andere methoden gebruiken. Bijvoorbeeld mensen die een spreekberoep hebben, kunnen veel last van hun stem krijgen. Door middel van ontspanningstechnieken kun je ze andere ademhalings- en stemtechnieken leren.

Van de behandeling houd je een verslag bij en je brengt rapport uit aan de verwijzend arts, de ouders of leerkrachten. Je geeft ook voorlichting en adviezen, zodat ouders, leerkrachten en andere geïnteresseerden beter weten hoe ze om moeten gaan met kinderen die een taal-, spraak- of gehoorstoornis hebben.