Beroep Oogarts

Wat ga je doen in dit beroep?

Als oogarts werk je met mensen van alle leeftijden die oogklachten hebben. Dit kunnen ouderen zijn die bijvoorbeeld last krijgen van staar (lenstroebeling), verhoogde oogdruk (glaucoom) of een oogzenuw die langzaam afsterft. Maar je werkt ook met jonge kinderen. Kinderen die scheel kijken, een lui oog hebben of, in ernstige gevallen, een tumor in het oog hebben.

Veel oogaandoeningen zijn het gevolg van een ongeval of ziekte zoals diabetes. Je patiënten zijn in de eerste plaats doorverwezen door de opticien of huisarts. De opticien is tegenwoordig een ‘verlengstuk’ van de oogarts, zodat de oogarts zelf meer tijd heeft voor de moeilijke en ernstige gevallen. 

Zeker tweeënhalve dag per week ben je als oogarts aan het opereren. Je verhelpt staar, voert laserbehandelingen voor kleine oogcorrecties uit, kort oogspieren in en voert zelfs oogtransplantaties uit. De overige tijd houd je spreekuur en ben je bezig met (wetenschappelijk) onderzoek.

Je werkt nauw samen met oogheelkundig assistenten en opticiens. Zij helpen bij de behandeling van de patiënt. Maar je werkt ook samen met andere specialisten zoals internisten, neurologen, KNO-artsen en plastisch chirurgen. Tijdens de operaties op de OK heb je assistentie van verpleegkundigen, anesthesisten, operatie- en anesthesieassistenten.

Ook administratie hoort bij je werk: daar besteed je ongeveer tien procent van je werktijd aan.