Beroep Vaktherapeut

Wat ga je doen in dit beroep?

Beroep Vaktherapeut

Wat ga je doen in dit beroep?

Als vaktherapeut behandel je kinderen, jongeren, volwassenen of ouderen met emotionele of sociale problemen. Maar ook mensen met psychische problemen of psychiatrische stoornissen. Voorbeelden hiervan zijn: depressie, angstklachten, persoonlijkheidsproblematiek, trauma, verliesverwerking, verslaving, negatief zelfbeeld, gedragsproblemen, relatieproblemen, gezinsproblematiek of emotionele problemen.

Je laat hen bijvoorbeeld tekenen, muziek maken, dansen of een rollenspel spelen. Dat is afhankelijk van het medium waarin je bent opgeleid. Je kunt je namelijk scholen in een van de volgende richtingen: beeldend, dans, drama, muziek, spel of beweging. Cliënten leren hiermee hoe ze gevoelens kunnen uiten en op een betere manier met hun problemen om kunnen gaan.

Verschillende typen therapie
Dans: deze therapie gaat ervan uit dat klachten terug te zien zijn in het lichaam en in de beweging van cliënten. Via dans en beweging kan de cliënt gevoelens, gedrag en denkwijzen onderzoeken.
Beeldend: bij beeldende therapie werken cliënten met bijvoorbeeld verf, klei, textiel, metaal of hout. Het ontstane resultaat weerspiegelt het proces van de cliënt die er vervolgens betekenis aan kan geven.
Drama: hierbij komen onder andere rollenspel, improvisatie, teksttheater en psychodramatechnieken voor. Hierin kan de cliënt oefenen en experimenteren met nieuw gedrag.
Muziek: Muziek heeft invloed op emoties en stemming. Muziektherapie maakt daarvan gebruik, onder andere door middel van improvisatie, het uitvoeren van bestaande muziek, het luisteren naar muziek en het gebruik van de stem. Deze werkvormen bieden cliënten nieuwe mogelijkheden tot interactie en expressie.
Psychomotorisch: lichaamsbeleving en bewegingsgedrag staan hier centraal. Door sport en spel of lichaamsgeoriënteerde oefeningen komt de cliënt letterlijk in beweging of staat juist stil bij zijn ervaringen. Zo leert de cliënt om lichaamssignalen, gevoelens en gedragspatronen te herkennen en begrijpen.
Psychomotorisch voor kinderen: psychomotorische kindertherapie richt zich in de behandeling op de ontwikkeling van kinderen. De therapeut gebruikt hiervoor verschillende middelen als bewegen, tekenen en muziek maken.
Speltherapie: deze therapie richt zich op kinderen. De therapeut gebruikt spel als middel om een kind te begrijpen en te helpen zich verder te ontwikkelen.

Cliënten komen meestal bij je via hulpverleners. Vervolgens praat je met de cliënt en kijk je naar zijn gedrag. Op grond daarvan stel je een behandelplan op. Met sommige cliënten werk je individueel, met andere in een groep. Je kijkt daarbij hoe iedere cliënt de activiteiten uitvoert en hoe hij ze beleeft. Soms praat je daarover. De volgende keer ga je verder met dezelfde activiteiten of sluit je er andere activiteiten op aan.

Je houdt per cliënt een rapport bij over hoe het met de behandeling gaat. Als je bijvoorbeeld met kinderen werkt, heb je regelmatig contact met ouders, verzorgers of leerkrachten om ze te informeren over de behandeling. Bij volwassen cliënten heb je contact met de verwijzer of de behandelaar.