Dienstverband/werktijden

Dienstverbanden en werktijden zijn er om werknemers te beschermen. ‘In dienstverband werkzaam zijn’ wil zeggen dat je voor bepaalde of onbepaalde tijd voor een werkgever werkzaam bent, in tegenstelling tot mensen die bijvoorbeeld als zelfstandige aan het werk zijn.

In de Arbeidstijdenwet is geregeld hoeveel je wettelijk achter elkaar mag werken en welk recht op pauze je hebt. Binnen deze wettelijke kaders kun je afspraken maken met je werkgever over hoe laat je begint, hoe lang je achter elkaar werkt en wanneer je pauze hebt.

Er wordt steeds flexibeler gewerkt...
Een voltijd werkweek in zorg of welzijn bedraagt 36 uur. In deeltijd werken is ook heel goed mogelijk: meer dan 75 procent van de werknemers heeft een deeltijdbaan. Dit varieert van enkele uren tot 32 uur per week. Omdat je in de zorg onregelmatig werkt, kan het zijn dat je de ene week 40 uur werkt en de andere week maar 20.

Deeltijdwerk is in allerlei varianten mogelijk. Bijvoorbeeld door te werken op tijden dat de kinderen naar school zijn, door alleen op ochtenden, middagen of juist avonden en nachten te werken of door de werktijden in overleg te bepalen. Uiteraard zijn de mogelijkheden afhankelijk van het beleid van de instelling waarvoor je werkt of gaat werken. 

Sport: onregelmatig werken hoort erbij
Een van-9-tot-5-baan, dat past niet bij de sector sport. Werken in deze sector betekent namelijk vooral dat je werkt wanneer andere mensen vrij zijn. Bijvoorbeeld in de avonduren of in het weekend. Daarom wordt er in de cao Sport gesproken van zogenoemde jaaruren. In de sportsector werken medewerkers gemiddeld 38 uur per week en in de regel niet meer dan 39 zondagen per jaar. Let op: niet iedereen die in de sportsector werkt, valt onder de cao Sport. 

Zorg en welzijn: 24/7
Kenmerkend voor vooral de zorgsector en in mindere mate voor welzijn, is dat patiënten, cliënten en bewoners in veel instellingen 24 uur per dag zorg nodig hebben. De werktijden zijn daarom verspreid over 7 dagen per week en 24 uur per dag. Dit geldt lang niet voor alle functies en komt in thuiszorg of kinderopvang bijvoorbeeld minder voor dan in ziekenhuizen of in instellingen waar mensen wonen.

De roostermethode die gebruikt wordt om deze continuïteit aan zorg te kunnen bieden, verschilt per instelling. Er wordt daarbij zoveel mogelijk rekening gehouden met je wensen.