Opleiding Allround Laborant

Wat leer je?

Wat leer je?
Tijdens de opleiding Allround Laborant leer je allerlei stoffen (chemische/microbiologische) te onderzoeken. Het gaat bijvoorbeeld om stoffen in geneesmiddelen, drinkwater of cosmetica. Je werkt hiervoor in een laboratorium.

Je krijgt te maken met testen en analyses. Je leert hoe je deze moet voorbereiden, monsters moet nemen en moet controleren of de monsters geschikt zijn voor onderzoek. Je koppelt dit terug aan je leidinggevende. Tijdens de opleiding leer je dan ook goed samenwerken en communiceren.

Verder verdiep je je in het uitvoeren van testen op stoffen of materialen en het uitvoeren van eenvoudige analyses. Als je straks werkt als analist, werk je volgens standaardprocedures en protocollen. Je doet dus veel dezelfde taken. Tijdens de opleiding leer je hoe altijd scherp je werk kunt blijven uitvoeren.

Voor het uitvoeren van onderzoeken, leer je werken met computers, microscopen of speciale analyse-apparaten.

Het is belangrijk in je toekomstige baan dat je veilig werkt, soms werk je met gevaarlijke stoffen. Daarnaast behoort het schoonhouden van de werkplek en de apparatuur tot de taken van een allround laborant.

Basis- en profieldeel
Je opleiding bestaat uit:

  • een algemene basis: vakken als taal, rekenen en burgerschap
  • een beroepsgerichte basis: je bereidt analyses voor en voert ze uit.  Je bent bezig met biologie, scheikunde en natuurkunde

Deze basis is gelijk voor alle richtingen in het dossier Analisten: Allround Laborant (niveau 3), Chemisch-fysisch analist (niveau 4) en Biologisch Medisch Analist (niveau 4).

Keuzedeel
De opleiding kent ook een keuzedeel. Binnen het keuzedeel kies je zelf vakken waarmee je:

  • je kennis verbreedt
  • je kennis verdiept
  • je beter doorstroomt binnen het MBO

Binnen dit deel kun je dus zelf je keuzes maken. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor de keuzedelen Verdieping biologie voor de Allround Laborant of ARBO, kwaliteitszorg en hulpverlening. Je vergroot hiermee je kansen op de arbeidsmarkt.

Verhouding theorie en praktijk
De beroepspraktijkvorming is een belangrijk onderdeel van de opleiding. Daarin doe je ervaring op en breng je in praktijk wat je op school hebt geleerd. Tijdens de beroepsopleidende leerweg (BOL) besteed je minimaal 20 procent van je studietijd aan praktijk in de vorm van stages. Als je voor de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) kiest, ben je ongeveer 70 procent van je studietijd werkend aan het leren.

Kans op stage

Benieuwd naar de kans op een stage of leerbaan tijdens deze opleiding? Je ontdekt het per regio op kansopwerk.nl.