Opleiding Logopedie

Wat leer je?

Wat leer je?
Met deze opleiding kun je later het paramedische beroep van logopedist gaan uitoefenen. Je houdt je daarbij bezig met communicatieproblemen van kinderen en volwassenen.

Tijdens de opleiding leer je hoe je logopedisch onderzoek kunt doen bij patiënten en cliënten, hoe je vaststelt welk probleem iemand heeft en welke behandelingsmethode je kiest. Je doet daarvoor kennis op over de normale ontwikkeling van de mens, van baby tot bejaarde. Je patiënten/cliënten kunnen namelijk alle leeftijden hebben.

De spraak, de stem, de taal, het gehoor en het slikken zijn de leergebieden die tijdens de opleiding Logopedie centraal staan. Het gaat bij het werk van de logopedist altijd om zorg, training en advies bij het ontwikkelen, onderhouden of herstellen van één van die gebieden.

Articulatie
Je leert dat er meerdere oorzaken zijn voor articulatieproblemen (spraakproblemen) en dat elk probleem een eigen benadering vereist.

Slikken
Je geeft bijvoorbeeld oefeningen voor de mondspieren of in slikken en kauwen, en je leert ook welke sociale factoren een rol kunnen spelen.

De stem
Heesheid en schorheid kunnen een lichamelijke oorzaak hebben, maar het is ook mogelijk dat de stem verkeerd gebruikt wordt. Je leert de oorzaken te herkennen en er op verschillende manieren mee om te gaan.

Taal
Bij ‘taal’ werk je met mensen die te kampen hebben met taalstoornissen. Het kan gaan om kinderen bij wie de spraak- en taalontwikkeling vertraagd is of gestoord verloopt. Je kunt ook te maken krijgen met volwassenen. Hun taalproblemen kunnen bijvoorbeeld het gevolg zijn van een hersenbloeding of verkeersongeval.

Het gehoor
Je leert hoe je mensen kunt trainen in spraak-afzien (liplezen), hoe mensen die zichzelf niet kunnen horen hun stem en spraak kunnen oefenen of hoe je mensen begeleidt die pas een gehoorapparaat hebben gekregen.

Algemene onderdelen
Om een bevoegd en bekwaam beroepsbeoefenaar te worden studeer je, word je steeds handiger, steeds competenter. De beroepscompetenties staan centraal tijdens de opleiding. Kennis rondom psychologie, anatomie, didactiek, vaardigheid rondom bijvoorbeeld gespreksvoering vullen die beroepscompetenties. Tijdens je stage 'oefen' je die beroepscompetenties.