Opleiding Verpleegkunde HBO

Wat leer je?

In de opleiding Verpleegkunde HBO (HBO-V) komen 7 beroepsrollen aan bod:

1. Zorgverlener
Je stelt vast wat er met een zorgvrager aan de hand is en voert de zorg uit.

2. Communicator
Je communiceert veel met patiënten, hun naasten en collega’s. Daarbij zijn goede luister- en gespreksvaardigheden belangrijk.

3. Samenwerkingspartner
Om goede zorg te leveren, moet je kunnen samenwerken met collega’s uit je team, maar ook met bijvoorbeeld fysiotherapeuten en instanties.

4. Reflectieve professional
Je reflecteert op de manier waarop jij zorg hebt verleend. Was deze bijvoorbeeld gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten?

5. Gezondheidsbevorderaar
Je bent ook bezig met het voorkomen dat mensen ziek worden. Bijvoorbeeld door activiteiten ter preventie en door bevordering van een gezondere leefstijl.

6. Organisator
De zorgverlening vraagt om coördinatie en afstemming. Jij stelt onder meer een plan van aanpak op en stemt af wie wat doet.

7. Professional en kwaliteitsbevorderaar
Je zet je in om de kwaliteit van de verpleegkunde te verbeteren en werkt steeds aan je deskundigheid.

Eerste jaar
Tijdens de propedeuse (het eerste jaar) leer je verpleegkundige handelingen te verrichten. Denk aan bloedprikken, wondverzorging en het meten van de bloeddruk. Er is ook aandacht voor de andere beroepsrollen van een HBO-verpleegkundige.

Je krijgt hoorcolleges, maar werkt ook in practica en groepjes.

Tweede en derde jaar
Je volgt vaste vakken, loopt stages en kiest een minor (specialisatie). Voorbeelden van minors zijn: de oncologische patiënt, het kwetsbare kind, sociale psychiatrie en leidinggeven aan professionals in zorg en welzijn.

Afstuderen
Hoe je afstudeert, verschilt per hogeschool. Je sluit je studie bijvoorbeeld af met een (onderzoeks)opdracht die je in de praktijk uitvoert.

Kijk voor de precieze invulling van de opleiding bij de hogeschool van jouw keuze.

Na het behalen van je diploma mag je de titel Bachelor of Science voeren.